Tip van de auteur: Joep Gilissen

Tip van de auteur: Joep Gilissen

Regelmatig vragen wij auteurs, nadat hun boek is uitgekomen, om ervaringen te delen die andere auteurs weer kunnen gebruiken in het selfpublishing traject. Deze tips delen wij op social media in de rubriek 'Tip van de Auteur'. Onlangs ontvingen wij van Joep Gilissen, auteur van 'Rome met eigen ogen' een aantal waardevolle tips, die wij graag in Blog vorm met jullie delen.

Joep Gilissen

  1. De foto: Zelfportret

In deze ruimte bevind ik mij de meeste tijd. Dit is zo’n beetje voor mij het centrum van het universum. Ik heb dat altijd belangrijk gevonden: creëer voor jezelf een ruimte in je huis of flat of waar dan ook, waarbij je thuis bent bij jezelf. Er zijn andere ruimtes, waar je geliefden treft, of waar je eet, kookt en al die andere dingen doet, die ook van belang zijn.

''Tip 1: zorg voor een eigen plek op deze zo volle wereld''

Eigenlijk is dit TIP 1: zorg voor een eigen plek op deze zo volle wereld. De plek waar je mag kiezen voor stilte of lawaai (koptelefoons!!), voor je eigen boeken, je eigen foto’s, je eigen kleuren. Hier staat geen strijkplank, geen stofzuiger in een hoek. Dat heeft niets met egoïsme te maken, niets met isolationisme of wat daar allemaal op kan lijken: het heeft te maken met jezelf kunnen zijn. Zoiets is er niet opeens. Zo van: ik ga vanmiddag maar eens mijn eigen ruimte inrichten. Daar gaan soms jaren overheen. De kamer waar ik nu zit, is er in deze vorm pas een half jaar. Maar wel opgebouwd in vele jaren. Natuurlijk weet ik, dat dit een vorm van luxe is. Zo’n eigen ruimte is niet per definitie noodzakelijk om gelukkig te worden. Veel mensen hebben absoluut geen behoefte aan zoiets als “een eigen kamer”. Andere hebben eenvoudigweg de fysieke mogelijkheid niet voor zoiets. Ik zeg nu alleen, dat ik persoonlijk niet zonder kan en dat het voor mij een voorwaarde is om te kunnen schrijven, om maar eens iets te noemen. Je zou kunnen zeggen, dat het een teken van zwakte is: alleen iets te kunnen presteren als er niemand anders kijkt! Ik zeg het zelf: onzin!

  1. Inspiratie

Inspiratie is een raar iets. Daar is vanzelfsprekend al heel veel over gezegd en geschreven. Voor mij komt het dichtbij het beeld van een stroom, waarin je terecht kunt komen, als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Wat het niet is: je pc openen en je vingers boven de toetsen houden en wachten tot ze van uit zichzelf gaan bewegen met als resultaat het beste wat er ooit geschreven is. Niet dus zoals op mijn foto hierboven, waarop het lijkt alsof een lichtstraal je hoofd binnendringt.

Inspiratie is er soms en heel vaak is die er niet.

Inspiratie begint vaak - dat kan nogal verschillend verlopen bij de een vergeleken met de ander - met een idee, waar je al enige tijd mee rondloopt: iets dat je gezien of gehoord hebt, een boek dat je gelezen hebt, een gebeurtenis of een stad. Dat “iets” haakt ergens aan áán en roept iets anders wakker: gedachten, beelden, woorden, die vorm proberen te geven aan dat oorspronkelijke idee. En dan kan er een boeiend proces op gang komen, waarbij geduld, doorzettingsvermogen, tijd, en een rustige omgeving (zie onder punt 1) voorwaarden zijn.

Ik herinner mij, dat ik - nu alweer zo’n zeven/acht jaar geleden - mijn eerste concept liet lezen door een mij bekende boekhandelaar. Die bezorgde mij de eerste koude douche: “Het is, dat ik het idee heb, dat je kunt schrijven, anders was ik niet eens naar deze restauratie gekomen. Want wat wil je eigenlijk schrijven, dat is mij nog helemaal niet duidelijk? Je schrijft veel, maar ik zie er geen lijn in. Maar dit zul je nog heel wat keren over moeten doen! En altijd met deze twee vragen voor ogen: Wat wil ik schrijven? en niet minder belangrijk: voor wíe wil ik schrijven? Tot ziens”. Behoorlijk sip ging ik weer naar huis en had erg veel zin het erbij te laten zitten. De engel van de inspiratie was vanzelfsprekend niet verbaasd, maar die liet het er in ieder geval níet bij zitten en wachtte rustig af. Een paar maanden schreef ik geen letter, maar er lag wel een dikke stapel papier ergens op een kastje. Ik ben het op zeker moment met kloppend hart opnieuw gaan lezen en begon langzaam maar zeker te begrijpen wat mijn eerste lezer bedoelde: sommige stukken redelijk, andere aardig en heel veel prut, maar - o troost - je kunt wel schrijven.

En zo begon ik opnieuw en ik merkte, dat de periode van niet-schrijven zo verkeerd nog niet was geweest.

Ik vertel er voor de duidelijkheid even bij, dat mijn boek over mijn bezoeken aan Rome gaat en ik er vaak naartoe ga. Dus dat leidde er ook toe, dat ik telkens weer nieuwe ideëen opdeed. En toen kwam ik op gegeven moment in “The Flow” terecht: schrijven, opnieuw schrijven, studeren, veel lezen over mijn onderwerpen, verbanden zoeken, enthousiast raken, het steeds terugkerende thema, mijn eigen geschiedenis leggen over de geschiedenis van de Stad, teruggaan, omdat ik mij iets niet meer kon herinneren.

Vier, vijf, zes versies en dan komt er dat punt, dat je weet: dat boek dat gaat er komen! En zo levert de verbruik van energie nieuwe energie op, en heeft de engel van de inspiratie een vast plekje in mijn ruimte (zie boven) gekregen, waar zij dan toch ook wel af en toe in slaap valt, maar ze kan het wél!

''Tip 2: vergeet dat inspiratie over je heen komt en dat je die dan alleen maar hoeft te volgen. Inspiratie is óók en vooral: hard werken, doorzetten, discipline, geduld, om kunnen gaan met teleurstellingen en je open kunnen stellen voor het geheel andere''

  1. Mijn toptip! 

Toen mijn boek eenmaal bijna áf was en bijna richting Boekengilde ging om gedrukt te worden en ik moest gaan nadenken over de presentatie, gold dat meteen ook over de vraag, aan wie ik zou vragen de presentatie-rede te houden. Eerlijk gezegd heb ik daar niet lang over hoeven nadenken. Het was niet de mij bekende boekhandelaar, die de eerste lezer van de eerste versie was (zie onder 2). Nee, het werd een goede vriend, die ik al jaren ken, die zelf de grootste moeite had een brief te schrijven, maar die zó goed en scherp kon lezen, Neerlandicus van huis uit met een geweldige intelligentie en belezenheid. Hij is een paar jaar ouder dan ik, maar daar hebben we beiden geen last van. Ik trof hem de afgelopen jaren, ook tijdens mijn schrijfperiode, niet vaak, maar regelmatig. Hem vroeg ik twee keer mijn concepten te lezen. Mijn voorlaatste concept tenslotte. Hij was het die mij haarscherp vertelde, wat ik met dit boek teweeg gebracht had bij hem en dat was als het ware nieuw voor mij: “Goed geschreven, heel fraaie passages, observaties, en tegelijk: mogelijk is niet iedere lezer geïnteresseerd in de zielenroerselen van een schrijver. Een boek derhalve voor een beperkte groep lezers, maar voor die groep: prima, niets meer aan doen”. Spijker op kop, dacht ik onmiddellijk. En daarop volgde de ultieme vraag: Doe ik het zó of doe ik het niet? Dat is een bijna zakelijke vraag: klopt de analyse van de tweede (echte) lezer en zo ja, wil ik dit dan ook uitgeven? Vanwege de openheid, eerlijkheid en integriteit van mijn vriend kon ik die keuze ook maken: Ja, dit is wat ik heb gewild.

''Tip 3: Zorg alsjeblieft voor kritische volgers van je schrijfproces. Zij hebben gelijk, want zij zijn je eerlijkste lezers''

Veel succes!

Joep Gilissen.

Benieuwd naar het boek Rome met eigen ogen? Klik hier >>

In categorie: Schrijversverhalen